De maan

Ik kijk naar buiten,
En zie de blauwe lucht,
Langzaam verdwijnt die,
Meegenomen in een zucht,
Naar de andere kant,
Van deze aardbol,
Het duister verschijnt,
En de maan die is vol,
Het is de maan,
Die jij ook heb gezien,
Maar nu wordt geruild,
Zodat je de zon kan zien,
Zo ben je nu zo ver weg,
Maar niets is wat het lijkt,
Zolang je maar gewoon,
Af en toe naar de lucht kijkt.