Nijntje huilt

Hij is weer te laat,
Of ik heb 'm net gemist,
Wachten op het perron,
Tot hij eindelijk gaat,
Af en toe beetje schelden,
Te vroeg instappende mensen,
Onaangename geurtjes,
Of de vrouw die de hele reis belden,
In de tram gebeurde altijd wat,
Hij bracht me naar school,
En later naar mijn werk,
Hij bracht me naar de stad,
Ik kende er geluk en verdriet,
Ik was er nuchter en dronken,
Ik dacht er aan mijn vriendinnetje,
Ik zat er samen met een vriend,
Soms zitten vaak moest ik staan,
Altijd zag hij allerdaagse dingen,
Maar vandaag is hij getuige,
Vandaag valt er een traan,
Het is de stilte die in de tram schuilt,
Dat doet verdomde veel pijn,
En dat in ons prachtige Utrecht,
Nijntje huilt.

Als je een hart volgt

Je kan niet altijd pakken wat je toekomt,
Je kan niet altijd vinden wat je zoekt,
Zorg dat wat je wil niet verstomt,
En dat je je eigen toekomst boekt,
Is het de liefde die je moet redden,
Of wil jij juist de wereld redden,
Zorg dat je de liefde kan inbedden,
Maar wat iedereen ook vindt of zegt,
Als je een hart volgt is het nooit slecht,
Als je een idee hebt is het nooit slecht,
Zolang je maar voor de liefde vecht,
De liefde gaat je redden,
Zoals de liefde ons gaat doden,
Zoals we voor de liefde gaan wedden,
En door de liefde worden overboden,
Doe het met je hart,
Doe het met je ziel,
Want als de liefde dood is,
Dan is overleving sowieso nihil.

Nashville

Als er een hemel is,
Weet ik niet zeker,
Of ik die dan mis,
Als ik in de hel,
Met alle leuke,
Lieve en blije,
Zorgzame,
Op een feest,
Elkaar gunnen,
Liefde en leven,
Is dat dan zo mis,
Op zeker van niet,
Als er een hemel is.

Kunt U mij dan uitleggen,
Hoe die man mij kan zeggen,
Dat de liefde een zonde is,
Dat houden van verkeerd is,
U redt spreken de gelovigen,
Maar ik kan met U wedden,
Die macht wordt overschat,
Alleen de liefde kan U redden.

Goede God

Aan het einde van de straat,
Zit een meisje in de regen,
Het verdriet hangt om haar heen,
Het zit haar allemaal tegen,
Troost is niet te vinden,
Soms is het wel te koop,
Als via een naald in haar arm,
Het geluk naar binnensloop,
Dan is daar opeens een jongen,
Die loopt over de druppels heen,
Naar het verdrietige meisje toe,
Alsof er een kleine engel verscheen,
Hij biedt haar een paraplu aan,
En mag een arm om haar heen slaan,
Hij vraagt haar ten dans,
Ze huppelen door de regen,
Gelukkig denkt zij,
In sprookjes zit het niet tegen.
Ze kijkt even naar boven,
Ze kan het bijna niet geloven,
Heeft Hij zijn zoon gezonden,
Zo vlak voor de kerst,
Dan ziet ze het touw,
Dat is om haar arm gebonden,
Net als met de naald,
Die leeg is van de daad,
Die haar naar de hemel had gezonden.

Ik speelde toch al liever met lucifers,
Dan dat ik hing aan een kruis,
Ik had ook al veel meer met Venus,
Dan met de bouwer van dit huis.

Buiten zinnen

Wie rijdt staat niet stil,
Wie vecht blijft niet alleen,
Wie strijd doet wat hij wil,
Wie zegt is niet van steen,
Hoe tranen biggelen langs ogen,
Zo lachen de rijken met hun vermogen,
Hoe decibellen razen langs oren,
Zo spraken de armen als ze weer verloren,
Dus zeg mij niet,
Dat het prachtig is,
Weet wat je ziet,
Wat wel machtig is,
Maar de ondergrond,
Zachter heb ik niet gevoeld,
Als drijfzand zakt,
Een geest wordt vervloekt,
Kerken, moskeeën en synagoges,
Heilige en onbevlekte maagden,
Zodat ze in hun behoefte slaagden,
De ster in het koor is een zangeres,
Om Hem te beminnen,
De almachtige voor de goedgelovige,
De verachte van de ongelovige,
Maar beiden om te bezinnen,
Liefde en haat is samen,
Vechtend om te omarmen,
Zwijgen als een pater,
In het verleden voor later.

Ze was er voor een anders geluk

Op een morgen stond ze op en
vertelde ze een groot verhaal,
Ze wilde de wereld beter maken,
Een beetje mooier kon het allemaal,
Kinderen hier hadden wellicht alles,
Maar niet overal ging het zo goed,
'Dat kan volgens mij veranderen,
Maar verandering begint pas
als je zelf wat doet'

Dus ze vloog naar hier ver vandaan,
Ze belde en vertelde haar verhaal,
Over de blije kinderen en de scholen,
Nee er is niets wat zij niet zou doen,
Voor een ander zijn geluk,

Ze deed het zo goed en ik was trots,
Op de vrouw die ze is geworden,
Als kinderen kenden we elkaar,
Maar nu zag ik het pas,
Hoe bijzonder ze was,

Ze vloog naar hier ver vandaan,
Er werd gebeld en ze vertelden een verhaal,
Niet over de blije kinderen en de scholen,
Nee er was niets meer wat ze konden doen,
Ze was daar toch voor een anders geluk,
Ze was er voor een anders geluk.

Zo lang geleden

Het is nu later,
En we denken,
Terug aan die avond,
Dat we heel stiekem,
Met zijn tweeën,
Urenlang met elkaar vreeën,
We zeiden lieve dingen,
Over schoonheid, liefde en het leven,
Want ook duurde het maar even,
Die uren hebben ons wat gegeven,
En we hebben elkaar wel geschreven,
Maar nooit zal het meer zijn zoals even,
Want toen is nu zo lang geleden.