Ik zag je vandaag in de trein,
Niet zo ver van mij bij het raam,
Om je heen was de geur van je gepelde mandarijn,
Die lucht was voor even aangenaam,
Ik voelde een connectie tussen ons,
Maar ik weet niet hoe ik tot je kom,
Wat ik nu ook ga doen,
Over een paar minuten voel ik me dom,
En misschien kan ik haar niet krijgen,
En misschien ben ik niet haar type,
Maar als ik het niet probeer,
Dan zou ik nooit weten,
Kan ik successen aan elkaar rijgen.
De omroeper spreekt over een volgend station,
Ze pakt haar spullen en ruimt het op,
Mijn tijd dringt nu in deze wagon,
Ik moet wat doen voor de volgende stop,
Ze kan de pijn in mijn gezicht bijna zien,
En mijn onzekere lach is niet die zij verdient,
Maar wat kan ik beter dan dat doen,
En wie weet werkt het bovendien,
En misschien kan ik haar niet krijgen,
En misschien ben ik niet haar type,
Maar als ik het niet probeer,
Dan zou ik nooit weten,
Kan ik successen aan elkaar rijgen.
Maar ik kan niet altijd krijgen wat ik wil,
Ook al krijg ik meer dan ik soms wil,
Want wanneer je het niet probeert,
Dan zal je nooit uitvinden,
Of het geluk je de rug heeft toegekeerd,
En misschien kan ik haar niet krijgen,
En misschien ben ik niet haar type,
Maar als ik het niet probeer,
Dan zou ik nooit weten,
Kan ik successen aan elkaar rijgen.